zondag 19 februari 2012

Het einde van de Europese droom?

Afbeelding

Toen kort voor de Amerikaanse invasie in Irak in talrijke Europese steden protestbetogingen plaatsvonden, schreef de ondertussen in ongenade geraakte Franse politicus Dominique Strauss-Kahn in een editoriaal in de krant Le Monde dat de protesten voor hem het signaal waren dat ‘een nieuwe natie was geboren in de straten van Europa - de Europese natie’. DSK dwaalde...

Waar ook in de wereld men komt, van Brasilia tot New Delhi, van Beijing tot Washington, overal zien mensen de val van Europa niet langer als een mogelijkheid, maar als een proces dat zich reeds heeft ingezet.

‘Het gevaar dat ik zie is dat Europa dermate naar binnen kijkt, bekommerd als het is om de eigen economische problemen en die van de eurozone, dat het zijn stilaan maar zeker zijn eigen economisch en globaal politiek graf graaft,’ zei de Australische premier Kevin Rudd daarover onlangs nog in een opgemerkte speech.

Hoe het zover is kunnen komen vormt het onderwerp van een twee recent verschenen boeken waarin de auteurs op zoek gaan naar het hoe en waarom van wat een formidabel contrast vormt met de atmosfeer die begin jaren negentig van vorige eeuw in Europa heerste, toen Europa werd voorgesteld,als ‘een modelsamenleving voor het mensdom en een lichtbaken op de weg naar een globale beschaving’.

1. Europese politici vinden Europa hun talent onwaardig


In zijn boek After the Fall geeft auteur Walter Laqueur het voorbeeld van Lady Catherine Ashton, een notoire Britse onbekende die, bij gebrek aan beter, de portefeuille Buitenlandse Zaken van de EU in de schoot kreeg geworpen, De resultaten zijn navenant: ze zijn onbestaande.

Een van de problemen van Europa is het totale gebrek aan competente politici, die bereid lijken hun eigen nationale politieke arena te verlaten voor een topjob in Europa. Nicolas Sarkozy, noch Angela Merkel zouden ooit zo’n job ambiëren, wat maakt dat we met tweederangsburgers als Ashton en onze ex-premier Van Rompuy (competent but obscure) opgezadeld worden.

Al het geleuter over hoe Europeanen hun lot aan elkaar moeten verbinden maakt weinig indruk op de bevolking wanneer politici keuzes maken die aangeven dat ze Europa hun talent onwaardig vinden.

2. Een groeiend generatieconflict


Laqueur verwerpt een vaak door doemdenkers geschetst scenario waarin Europa tot een 'Eurabia' verwordt. Hij ziet geen duidelijke aanwijzingen dat de moslimbevolking zich uiteindelijk zal weigeren te integreren. Eerder dan een culturele oorlog tussen islamisten en ongelovigen, verwacht Laqueur een strijd binnen het kamp van de gelovigen onderling.

Waar wel een clash mag worden verwacht is tussen de oude en nieuwe generaties, nu jonge Europeanen, die ook in aantal stilaan een minderheid beginnen te vormen, meer zullen moeten betalen voor hun opleiding, moeilijker aan jobs zullen raken en door de welvaartsstaat minder genereus zullen worden verzorgd dan dat voor hun ouders ooit het geval is geweest. ‘Niemand kan voorspellen of het volksprotest uiteindelijk de ruk naar links of naar rechts zal inluiden, wel dat het einde van het parlementair systeem, zoals Europa het sinds het einde van W.O.II kent, op het spel staat.’

Laqueur is niet helemaal pessimistisch inzake Europa, maar merkt op dat doorgedreven hervormingen nodig zijn en dat de huidige lusteloosheid moet verdwijnen. Ook moet Europa zijn droom opbergen om ‘een postmoderne, welvarende semi-gedemilitariseerde eenheid te worden wiens voornaamste bekommernissen de klimaatwijziging en de economische groei in ontwikkelingslanden waren en dat inzake internationale relaties graag de anderen de les spelt’. Laqueur verwijst in dat verband naar het fiasco van Europa toen het in 1991 - 1995 probeerde het voortouw te nemen in de Joegoslavische crisis. De gevolgen bleken desastreus.

3. Bureaucratie en gebrek aan een inspirerend project

In zijn boek The Future of Europe omschrijft Jean-Claude Piris, die 22 jaar het legaal departement van de EU leidde, de Europese Unie als ‘een complexe, supranationale organisatie, wiens inefficiënties een langzaam, log en inflexibel apparaat hebben gecreëerd, dat zich moeilijk kan aanpassen aan veranderende omstandigheden en onmogelijk snel kan beslissen.’

Piris ziet drie grote uitdagingen weggelegd voor Europa, dat na de intrede van Kroatië 28 lidstaten zal tellen: de euro crisis, het afkalvende vertrouwen van de Europese burger in de EU en de inefficiëntie van de Europese instituten. ‘De lidstaten zullen nooit de Verenigde Staten van Europa vormen, omdat noch de lidstaten, noch hun burgers dat wensen’.

Piris pleit voor een Europa met twee snelheden, geleid door de 17 landen van de eurozone. Die groep kan een snellere integratie nastreven en de deur openlaten voor anderen die later willen toetreden. Met deze anderen worden voornamelijk de landen van Oost-Europa bedoeld. Piris verwijst in dat verband goedkeurend naar een uitspraak van Joschka Fischer uit 2000, toen die nog minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland was: ‘Het zou historisch absurd en gewoon idioot zijn om Europa, nu het eindelijk weer verenigd is, opnieuw te gaan opsplitsen.’

Piris pleit ervoor de groep van 17 toe te laten nieuwe bestuursorganen op te richten, apart van de bestaande EU-organen. Een voorstel dat ongetwijfeld veel wenkbrauwen zal doen fronsen. Toch heeft Piris een punt wanneer hij stelt dat Europa altijd al aan verschillende snelheden heeft gefunctioneerd: sommige landen betalen in euro’s, anderen niet, sommige zitten in de Schengenzone, andere niet.

Maar de kern van Piris betoog is het volgende: hoe langer de EU zijn burgers besparingen gaat opleggen en in sociale verworvenheden gaat knippen zonder gelijktijdig een inspirerend politiek project aan te bieden, hoe bleker de toekomst van Europa wordt.

Bron: Express.be

Geen opmerkingen:

Een reactie posten