Een internationale groep wetenschappers heeft het grootste stelsel in het heelal ooit gevonden. Het gaat om een groep van objecten, die maar liefst 4 miljard lichtjaar in doorsnee is. Dat is 40.000 keer zo groot als onze Melkweg.
De ontdekking is vrijdag bekendgemaakt in het Britse wetenschapsblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De objecten zijn zogeheten quasars. Dat zijn mysterieuze hemellichamen in de kernen van melkwegstelsels uit de begintijd van het heelal. De afstand tot de aarde is gigantisch, maar quasars zijn zo helder dat astronomen ze desondanks kunnen zien.
Stelsels
De ontdekte quasargroep tart wat wetenschappers voor mogelijk hielden. Sterrenkundigen dachten dat stelsels nooit zo groot zouden kunnen worden. De limiet zou een doorsnee van 1,2 miljard lichtjaar zijn, maar dit cluster blijkt dus ruim 3 keer zo groot.
"Het is moeilijk om de omvang van deze groep te bevatten, maar we kunnen zeker zeggen dat dit de grootste structuur is die ooit in het heelal is gezien. Dit is opwindend, zeker omdat het ingaat tegen onze kennis van het universum'', zegt de Britse hoogleraar Roger Clowes in een verklaring.
De ontdekte quasargroep tart wat wetenschappers voor mogelijk hielden.
Astronomen van het Europese observatorium ESO hebben waarschijnlijk een planeet ontdekt die is weggedreven van zijn ster, en zich eenzaam door de kosmos beweegt. Het is niet voor het eerst dat onderzoekers op zo’n los vliegende planeet stuiten, maar deze staat het dichtst bij de aarde.
Object CFBDSIR2149, zoals de vreemde wereld is geclassificeerd, staat 100 lichtjaar ver weg. Ter vergelijking: onze Melkweg is 100.000 lichtjaar breed. De planeet is een waarschijnlijk een gasreus met zeven keer de massa van Jupiter.
Dwerg
Aanvankelijk was er twijfel over de aard van het hemellichaam. Het kon ook een bruine dwerg zijn, een object dat het midden houdt tussen een gasreus als Jupiter en een ster. Het werd waarschijnlijker dat het om een weggedreven planeet gaat toen de onderzoekers vaststelden dat CFBDSIR2149 zich in de buurt van AB Doradus bevindt, een groep sterren die allemaal dezelfde kant op bewegen en hetzelfde zijn samengesteld.
“Door de link tussen de planeet en AB Doradus konden we hem classificeren als een planeet en zijn leeftijd vaststellen”, stelt astrofysicus Lison Malo. De gasreus is tussen de 50 en 120 miljoen jaar oud, en het is er behoorlijk warm, rond 400 graden Celsius.
Een raadsel
Waardoor de planeet is weggedreven van zijn ster is nog een raadsel, zeggen de onderzoekers. Toekomstige observaties met betere telescopen, die minder last hebben van het licht van nabije sterren, moet meer inzicht geven in het ontstaan van deze eenzame hemellichamen.
Volgens de Franse wetenschapper Philippe Delorme kunnen de vrij vliegende planeten tot nieuwe inzichten leiden. “Ze kunnen ons leren over hoe ze zijn verstoten uit hun zonnestelsel, of hoe lichte sterachtige hemellichamen ontstaan. Als dit object echt planeet is, roept dat een beeld op van meer weesplaneten die eenzaam door het heelal zweven.”
Bovendien is de planeet makkelijker te observeren dan planeten rond sterren, omdat het sterrenlicht de telescopen niet verblindt.
De vorming van een opvallende wolkenwervel boven de zuidpool van Titan is vermoedelijk het gevolg van de seizoenswisselingen op de grote Saturnusmaan.
De wervel is gedetailleerd in beeld gebracht door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die sinds kort in een iets 'steilere' baan rond Saturnus beweegt, en daardoor een beter uitzicht heeft op de poolgebieden van de planeet en zijn manen.
Toen Cassini in 2004 bij Saturnus aankwam, was het winter op het noordelijk halfrond van Titan. In de dikke, smog-rijke dampkring van de Saturnusmaan kwam een hooggelegen laag voor, die als een soort deksel over de noordpool lag.
Toen het in 2009 lente op het noordelijk halfrond werd (en herfst op het zuidelijk halfrond), verdween die wolkenkap langzaam maar zeker.
De wervel die nu boven de zuidpool is waargenomen, vormt misschien de aanzet tot de vorming van een soortgelijke hooggelegen wolkenlaag die tijdens de zuidelijke winter zijn maximale afmetingen zou kunnen bereiken.
Twee planeten, een rotsachtige als de aarde en een gasachtige als Neptunus, doen een extreme tango. Ze delen bijna dezelfde baan om hun ster en botsen nooit. Wetenschappers hebben nog nooit waargenomen dat planeten zo dicht bij elkaar in de buurt komen. Dat melden Amerikaanse onderzoekers vandaag in Science Express, de online editie van het wetenschappelijk tijdschrift Science.
In de ruimte is dichtbij wel relatief: ze komen tot ongeveer 1,9 miljoen kilometer bij elkaar in de buurt, vijf keer de afstand tussen de aarde en de maan.
Het gaat om planeten die op 1200 lichtjaren liggen van de aarde. De planeten werden ontdekt met de Kepler-ruimtetelescoop van NASA, die werd gelanceerd om planeten te vinden als de aarde die in een baan rond sterren zitten. De rotsachtige planeet is ongeveer 1,5 keer zo groot als de aarde en draait in ongeveer 2 weken om de ster. De andere planeet is ongeveer 4 keer groter en heeft een baan van 16 dagen.
Wetenschappers hebben aanwijzingen gevonden voor het bestaan van één groot en enkele kleine meren van vloeibare methaan aan de evenaar van de grote Saturnusmaan Titan (Nature, 14 juni). Eerder waren zulke meren al op hogere breedtegraden aangetroffen. Tot nu toe werd aangenomen dat het rond de evenaar van Titan te warm zou zijn om methaan in vloeibare vorm te laten bestaan. Sterker nog: volgens de bestaande inzichten zou er op deze maan juist sprake zijn van een kringloop die methaan van de 'tropen' naar de polen voert. Toch is op infraroodbeelden, gemaakt door de ruimtesonde Cassini, nabij de evenaar een donker gebied van zestig bij veertig kilometer te zien dat de kenmerken van een vloeistofoppervlak vertoont. Het methaanmeer zou zeker een meter diep zijn. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat het vloeibare methaan afkomstig is uit ondergrondse bronnen. Dat zou ook de aanwezigheid van methaangas in de atmosfeer kunnen verklaren. Dit gas wordt namelijk afgebroken onder invloed van zonlicht en moet dus op de een of andere manier worden aangevuld.
Nabij de rand van ons zonnestelsel houdt zich mogelijk een nog niet ontdekte planeet schuil, zo blijkt uit nieuw onderzoek.
Voor telescopen staat de planeet te ver van de aarde af. Het hemellichaam maakt haar aanwezigheid bekend door de omloopbanen van objecten in de Kuipergordel te verstoren, meldt National Geographic.
Dat zegt astronoom Rodney Gomes van de Nationale Sterrenwacht van Brazilië in Rio de Janeiro. De Kuipergordel is een gordel van vele miljarden komeetachtige, uit steen en ijs bestaande transneptunische objecten.
Vreemde omloopbaan
Het intrigerende is dat een aantal objecten in de Kuipergordel, waaronder de planetoïde Sedna, volgens de nieuwe berekeningen een vreemde omloopbaan beschrijven. Ze bevinden zich op een andere locatie dan wordt verwacht op basis van bestaande modellen.
“Ik denk dat het gaat om een planeet die op grote afstand rond de zon draait, maar groot genoeg is om een zwaartekrachteffect op objecten in de Kuipergordel uit te oefenen,” zei Gomes tijdens een bijeenkomst van de American Astronomical Society in Timberline Lodge in de Amerikaanse staat Oregon.
Neptunus-achtige planeet
Gomes analyseerde de omloopbaan van 92 objecten in de Kuipergordel en vergeleek zijn resultaten met computermodellen die laten zien hoe de objecten verspreid zouden moeten zijn over de Kuipergordel. “Als zich geen planeet in de gordel bevindt tonen de modellen niet de sterk elliptische omloopbanen die zes objecten beschrijven,” legde Gomes uit.
Op basis van zijn berekeningen denkt Gomes aan een Neptunus-achtige planeet, ongeveer vier keer zo groot als de aarde, die op 225 miljard kilometer rond de zon draait. De planeet zou dan 1.500 keer zo ver van de zon staan als de aarde.
Een Mars-achtige planeet met een sterk elliptische baan, waarbij de planeet eens in de zoveel tijd tot op acht miljard kilometer langs de zon ‘scheert’, zou de vreemde omloopbanen van de objecten in de Kuipergordel eventueel ook kunnen verklaren.
Ander zonnestelsel
Gomes speculeert dat het mysterieuze object een planeet zou kunnen zijn die uit een ander zonnestelsel is geslingerd en later werd binnengehaald als gevolg van de zwaartekracht van de zon.
Astronomen hebben echter nog geen idee welk gebied ze met hun telescopen moeten afspeuren. “De planeet kan overal zijn,” aldus Gomes.
Amerikaanse astronomen zijn geïntrigeerd, maar willen eerst meer bewijs zien voordat ze het bestaan van de nieuwe planeet erkennen. Zo zei astronoom Hal Levison van het Southwest Research Institute in Boulder, Colorado: “Het verbaast me dat een planeet ter grootte van Neptunus het door hem waargenomen effect kan veroorzaken. Maar ik ken Rodney en ik ben er zeker van dat hij zijn berekeningen juist heeft uitgevoerd.”
Volgend jaar zal een asteroïde vlak langs onze planeet scheren. Op 15 februari 2013 zal steenhomp 2012DA14 op 'slechts' 29.000 kilometer afstand de Aarde passeren. Dat is dichter bij het aardoppervlak dan bijvoorbeeld de geostationaire satellieten die in een baan rond de Aarde zweven. Die draaien een baan op een kleine 36.000 kilometer hoogte.
Het hemellichaam is tussen 40 en 95 meter groot. Het is ontdekt door de Spaanse sterrenwacht La Sagra. Astronomen overal ter wereld houden 2012 DA14 nu in het oog om de precieze grootte en traject te weten te komen. De planetoïde maakt deel uit van een klasse asteroïden waarvan vele potentieel met ons in botsing kunnen komen.
Wetenschappers volgen ook een asteroïde die in 2040 een bedreiging zou kunnen voor onze planeet. Dat meldt de gezaghebbende website space.com. Het gaat om planetoïde 2011 AG5 die ongeveer 140 meter groot is. Het hemellichaam kan in 2040 zo dichtbij onze planeet komen dat sommige wetenschappers een discussie willen opstarten over een manier om het ding af te wenden, aldus de site. (Redactie)
Dit weekend is aan de nachthemel een fraai triootje te zien. Dat heeft de Volkssterrenwacht Urania deze ochtend getwitterd. Het gaat om een samenstand van de Maan, Venus en Jupiter in het westen.
Onze natuurlijke satelliet maakt in iets minder dan een maand een omloop om de Aarde. We zien de Maan tussen de sterren door bewegen. Het hemellichaam staat daarbij dicht in de buurt van heldere sterren en planeten.
Heldere sterren
Dit weekend is er een extra mooie samenstand: de planeten Venus en Jupiter zullen beide te zien zijn als heldere sterren aan de avondhemel. Morgen staat de smalle maansikkel dicht bij Venus. De twee dagen daarna staat de Maan in de buurt van Jupiter.
Een internationaal team van wetenschappers heeft een mogelijk leefbare planeet ontdekt bij een ster op slechts 22 lichtjaar van de aarde. De planeet is minstens 4,5 keer zo zwaar als de aarde en behoort daarmee tot de 'superaardes' - planeten die een slag groter zijn dan onze planeet, maar niet tot de 'gasreuzen' à la Jupiter kunnen worden gerekend.
De betrekkelijk kleine planeet cirkelt met een periode van slechts ongeveer 28 dagen om de ster Gliese 667C. De afstand tot zijn moederster is dus erg klein, maar dat betekent niet dat het er ondraaglijk heet is. Die ster is namelijk een zwakke rode dwerg. Hierdoor is de hoeveelheid warmte die de planeet ontvangt vergelijkbaar met de zonnewarmte die de aarde bereikt.
De 'leefbare' superaarde is niet de enige planeet die om Gliese 667C cirkelt. Enkele jaren geleden werd al een (hete) superaarde met een omlooptijd van iets meer dan zeven dagen ontdekt. En het zal waarschijnlijk niet bij deze twee ontdekkingen blijven: analyse van de schommelbeweging die de ster vertoont wijst erop dat er in wijdere banen mogelijk een derde superaarde en een gasreus omheen draaien.
Al met al is Gliese 667C een bijzonder object. Want niet alleen heeft de ster diverse planeten, ook vormt hij met twee andere sterren een drievoudig stersysteem.
Is het mogelijk dat er planeten zijn die alleen maar uit water bestaan?
Waterplaneten (ocean planetsin het Engels) zijn vaak onderwerp van science-fiction films en boeken. De bekendste daarvan is de film Waterworld met Kevin Costner, waarin de ijskappen van de aarde smelten en de hele aarde verandert in één grote oceaan, een waterplaneet dus. Science fiction houdt echter meestal in dat het onderwerp van de film of het boek niet bestaan.
Foto: Wikimedia commons, merikanto
Maar in theorie is het mogelijk dat er waterplaneten bestaan. Planeten ontstaan wanneer een mengsel van stenen en water in een zonnestelsel compacter wordt. In het zonnestelsel waar een planeet ontstaat, verplaatst deze zich dan naar de zon toe of van de zon af, waardoor de temperatuur van de planeet verandert. In 2003 beschreven twee astronomen dat als planeten met een oppervlak van ijs, dichter bij de zon komen, in theorie helemaal zouden kunnen bestaan uit water. Maar dit is een theorie en zulke planeten zijn tot nu toe nog nooit gevonden.
Momenteel zijn er twee planeten die eventueel waterplaneten zouden kunnen zijn. De ene is GJ 1214b, zo’n 40 lichtjaren ver van de zon. Hoop is nu gericht op de onbemande Kepler satelliet, die als missie heeft om nieuwe planeten te vinden die misschien bewoond zouden kunnen zijn. Deze satelliet, die in mei 2009 gelanceerd is, heeft al honderden van zulke planeten ontdekt. Eén van deze is Kepler 22b, die de potentie heeft om vloeibaar water te bevatten, dus ook een volledige waterplaneet zou kunnen zijn. Maar voorlopig bestaan waterplaneten dus alleen nog bij Steven Spielberg en Star Trek.
Nadat het verhaal met Elenin vorig jaar met een sisser is afgelopen, zijn er toch veel vragen blijven liggen. Het is wat Elenin zelf betreft een absolute non-event geweest, maar er is meer aan de hand, wat iedereen maar al te graag wil vergeten. Een van de belangrijkste redenen dat Elenin zo belangrijk werd is door de verbanden die gelegd zijn door Mensur Omberbachish tussen aardbevingen en standen van hemellichamen. Toevalligerwijs leek Elenin steeds betrokken bij zware aardbevingen. En sommige van die aardbevingen waren zo heftig dat de as van de aarde meetbaar verschoven is en de dag enkele microseconden korter geworden is. Dat is niet niks. Richard Gross, een onderzoekswetenschapper van NASA’s Jet Propulsion Laboratory.
Een studie naar de manier waarop asteroïden worden aangetrokken door de zwaartekracht van de Aarde suggereert dat onze planeet op elk gegeven ogenblik tenminste één extra maan moet hebben.
In 2006 werd tijdens de Catalina Sky Survey in Arizona opgemerkt dat een mysterieus hemellichaam rond de Aarde begon te draaien.
Dit object leek qua kleur opvallend op de titaniumwitte verf die werd gebruikt voor de Saturnus V-raketten. Het is bekend dat diverse rakettrappen zich in een baan om de Aarde bevinden.
Het object, 2006 RH120, bleek een kleine asteroïde te zijn, een natuurlijke satelliet zoals de Maan. In september 2006 werd het gevangen door de zwaartekracht van de Aarde en het verliet ons in juni 2007 weer.
Het was het eerste gedocumenteerde voorbeeld van een tijdelijke maan. Maar er moeten meer voorbeelden zijn, aldus Mikael Granvik en collega’s van de Universiteit van Hawaï in Honolulu. Zij hebben in kaart gebracht hoe de Aarde en de Maan deze objecten aantrekken om te begrijpen hoe vaak we kunnen verwachten extra manen te hebben en hoelang ze bij ons zullen blijven.
“Op elk gegeven ogenblik moet er tenminste één natuurlijke satelliet met een diameter van een meter rond onze planeet draaien,” zei Granvik. Deze objecten blijven ongeveer 10 maanden bij ons. Op dit moment zou de Aarde een extra maan van een meter in doorsnee moeten hebben. Volgende stap is een ruimtemissie naar een asteroïde dicht bij de Aarde.
Wijlen Dr. Keshava Bhat uit het Indiase Manipal bewees dat ons zonnestelsel spiraalvormig of schroefvormig is.
Daarmee komt een einde aan de academische heliocentrische theorie die werd bedacht door de katholieke legerpredikant Nicolaas Copernicus.
Het heliocentrisme werd later gekoesterd door Isaac Newton, Tycho Brahe, Johannes Kepler, Galileo Galilei, Albert Einstein, Stephen Hawking en Carl Sagan. Het gaat ervan uit dat de Zon het middelpunt van het zonnestelsel is, waar de planeten omheen draaien.
Ons zonnestelsel is echter een vortex omdat de buitenste planeten het hele jaar door kunnen worden gezien. De binnenste planeten worden daarentegen twee tot drie weken overstraald door de Zon, maar bewegen er niet achter langs zoals wordt beweerd door academici. Een heliakische opkomst markeert de vroegste datum dat een hemellichaam weer aan de ochtendhemel zichtbaar wordt.
Slang
Vanaf de Aarde bekeken verandert de hoek waaronder de ringen van Saturnus naar ons toe gericht zijn het hele jaar door. Dit komt door de heliakische banen van zowel de Aarde als Saturnus. Wanneer beide planeten op het vlak van de ecliptica rond de Zon zouden draaien, zoals wordt aangenomen door academici, zou dit niet mogelijk moeten zijn. Het academische heliocentrische Copernicaanse model is derhalve niet alleen gedateerd, maar ook onjuist. Ons zonnestelsel beweegt zich spiraalsgewijs voort als een slang, als een vortex.
De reden waarom we een heliakische baan boven en onder de galactische ecliptica beschrijven is omdat we samen met andere sterren in een arm van de Melkweg in een enorme vortex bewegen die ons gedurende de 25.625 jaar durende cyclus van elk halfrond boven en onder de galactische ecliptica doet bewegen.
Dr. Keshava Bhat ontdekte dat ons zonnestelsel een heliakische baan volgt door 40 jaar lang observaties te doen in gebieden rond de evenaar. Ons zonnestelsel is een gigantische vortex waarin planeten de Zon volgen (zie onderstaande video). De Aarde draait niet rond de Zon zoals men sinds de tijd van Copernicus beweert.
Illusie
De precessie van de aardas is een illusie vanwege onze positie in de vortex van de Zon boven en onder de ecliptica op pieken die zonnewendes worden genoemd. Twee keer per jaar doorkruisen we tijdens de equinoxen de ecliptica. Onze zintuigen worden misleid door het geloof in een academische klok waarbij hemellichamen op een plat vlak rond de Zon draaien.
Dit zou betekenen dat de Aarde zou moeten kantelen, maar volgens Dr. Bhat gebeurt dit niet. De Aarde volgt de Zon in een vortex en de seizoenen komen en gaan vanwege onze positie in relatie tot het vlak van de ecliptica van de vortex. De precessie van de aardas, waarbij de inclinatie tussen 21,5 en 24,5 graden zou schommelen als gevolg van de kracht die de Zon uitoefent op het massaoverschot rondom de evenaar van de Aarde, is dus onjuist.
De wetenschappelijke verklaring is dat de aardas in 26.000 jaar tijd een kegel rondom de pool van de ecliptica beschrijft. Het vortexmodel verklaart dat het gehele zonnestelsel een spiraalvormige beweging maakt zoals een slang, en niet op een vlak maar in drie dimensies. Wanneer de zonneslang boven of onder de galactische ecliptica beweegt wordt vanuit het perspectief van de Aarde de illusie gewekt dat de poolas van de Aarde schommelt.
Vanuit het zonnestelsel bekeken creëert de zonneslang een zogenaamde schommeling vanwege de spiraalvormige baan boven en onder de galactische ecliptica. Er is geen ruimteschip voor nodig om tot dit inzicht te komen. De oude Maya’s, Inca’s, Egyptenaren, Indiërs, Indonesiërs en indianen wisten dit al en gaven de kracht van de Zon weer als twee tegen over elkaar staande slangen of vortexen.
Het boek Helical Helix: Solar System a Dynamic Process
door Dr. Keshava Bhat is hier gratis te downloaden.