Posts tonen met het label Rijkdom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rijkdom. Alle posts tonen

maandag 22 oktober 2012

'Episch plan' IMF laat schulden verdwijnen en onttroont bankiers



Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft kennelijk toch een toverstaf. Uit een revolutionair rapport blijkt dat men in theorie een streep zou kunnen zetten door de Amerikaanse netto-staatsschuld.

Hetzelfde kan worden gedaan voor landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Italië of Japan. Tegelijkertijd kunnen de bankiers worden onttroond.

De truc? Vervang het huidige geldsysteem waarin geld wordt gecreëerd door privé-banken, circa 97 procent van de geldvoorraad, door een systeem waarin de overheid geld drukt. We zouden daarmee terugkeren naar de historische norm, voordat Charles II de geldvoorraad in 1666 in handen gaf van privé-banken.

Fractioneel bankieren

Er zou een einde komen aan fractioneel bankieren, waarbij banken slechts een deel van de hun toevertrouwde middelen in direct beschikbare vorm aanhouden, en het overgrote deel van de middelen uitlenen, ongeacht hun verplichting om de middelen op eerste verzoek terug te betalen.

Een land krijgt weer soevereine controle over de geldvoorraad. Er zijn geen bankruns. Dat is tenminste de gedachte.

Kredietverstrekkers

De IMF-studie, getiteld The Chicago Plan Revisited (pdf), door Jaromir Benes en Michael Kumhof, merkt op dat rijkdom door kredietcycli altijd in handen komt van een selecte groep kredietverstrekkers. Dat gaat terug tot de oude religies van Mesopotamië en het Midden-Oosten.

Met het rapport, dat voortborduurt op het raamwerk zoals het in 1936 werd opgesteld door de professoren Henry Simons en Irving Fisher, kan mogelijk het hele bankensyndicaat worden aangepakt zonder de economie in gevaar te brengen.

De studie is hier (pdf) in het geheel terug te lezen.



Bron: Telegraph.co.uk via Niburu.nl

vrijdag 5 oktober 2012

Moeiteloos duurzaam leven? Streef naar geluk!

(Michiel Hobbelt) Geluk en duurzaamheid gaan perfect samen.

Albert Einstein: “Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts!”

We leven in een bewogen tijd, die zowel kansen als bedreigingen kent. Door een combinatie van wetenschap en kapitalisme is de planeet nog nooit zo bevolkt geweest als nu, bijna zeven miljard mensen. Ook zijn er nu relatief minder oorlogen dan 50 jaar geleden. Veel mensen leven in rijkdom. Echter ook een groot gedeelte van de wereldbevolking leeft in armoede en lijdt honger. Het hoge Westerse welvaartsniveau heeft ook een keerzijde, de planeet raakt langzaam uitgeput. Klimatologisch onderzoek toont aan dat door de hoge hoeveelheid CO2 in de lucht wereldwijd de temperatuur zou kunnen gaan stijgen de komende eeuw. Er is nog geen overeenstemming bereikt over of de temperatuur zal gaan stijgen en hoe groot die temperatuurstijging dan zal zijn, maar de data wijzen wel de kant op van een dreigende klimaatcrisis (Stern, 2007). In een hoog tempo verbruiken we onze niet herwinbare grondstoffen, zoals olie, gas en kolen. Er zijn vele voorspellingen dat deze grondstoffen over enkele decennia uitgeput zijn en een energiecrisis dreigt. De uitputting van onze grondstoffen wordt vooral veroorzaakt door het hoge consumptieniveau van de Westerse mens. Verder zijn we de laatste jaren geconfronteerd met een kredietcrisis, dat zich als een olievlek over de wereld heeft verspreid. Banken hebben massaal kredieten verleend aan consumenten, die deze kredieten niet konden terugbetalen. De oorzaak wordt vooral gezocht in de bonussen die de bankiers worden uitbetaald. Door deze bonussen nemen de bankiers grote risico’s om hun bonussen binnen te halen met als gevolg dat vele mensen een krediet (vooral hypotheken) hebben gekregen, welke ze helemaal niet konden betalen.

Van crisis naar crisis

Deze ogenschijnlijke verschillende crises hangen samen, namelijk ze zijn ontstaan doordat de mens zich de laatste eeuwen in onze beschaving te eenzijdig heeft gericht op materie en langzamerhand de immateriële waarden uit het oog is verloren (Klaas van Egmond, 2010). Volgens Van Egmond kenmerkt deze tijd zich door een tijd waarin er geen werkelijk doel op na gehouden wordt. Zonder expliciete doelstelling of sturing wordt de maatschappij door een autonoom proces voortgedreven naar de volgende crisis. Men zou ook wel kunnen zeggen dat mensen zich niet meer afvragen wat werkelijk belangrijk is in een mensenleven. Of anders gezegd: wat maakt een mens gelukkig? Deze paper draait om de vraag of de samenleving duurzamer kan worden als mensen hun gedrag meer laten afhangen van de vraag wat hun gelukkig maakt?

Volgens Van Egmond (2010) is een samenleving duurzaam wanneer de verschillende waardeoriëntaties collectief versus het ik in balans zijn en er tevens een balans bestaat tussen de materiële en immateriële waarden. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. In de loop der jaren zijn auto’s steeds zuiniger geworden en hierdoor per gereden kilometer minder milieubelastend. Door deze technische vooruitgang werden auto’s goedkoper in gebruik, waardoor meer mensen in staat waren om een auto aan te schaffen (Van der Vinne, 2007). Hierdoor werden er absoluut gezien meer kilometers gereden. Ook gingen mensen steeds verder van hun werk wonen door de flexibelere arbeidsmarkt en de emancipatie van de vrouw. De zuinigere auto leidde uiteindelijk dus tot meer verbruik van brandstoffen. Een technische vooruitgang (materie) kan dus alleen duurzaam zijn wanneer deze gepaard gaat met duurzaam gedrag (immaterie).

Welvaart of welzijn

Geluk is een immateriële waarde. Het nadenken over immateriële waarden is belangrijk om richting te geven aan gedrag en aan een samenleving. Layard (2005) haalt in zijn boek ‘happiness’ onderzoek aan waarin wordt aangetoond dat de mensen in Amerika, Groot-Brittannië en Japan de laatste 50 jaar niet gelukkiger zijn geworden, terwijl de gemiddelde inkomens meer dan verdubbeld zijn in deze periode. Er blijkt dat rijke landen gemiddeld gelukkiger zijn dan arme landen. Echter de data suggereren dat de wet van afnemende meeropbrengsten van kracht is, des te hoger de mate van rijkdom, des te minder het gemiddelde geluk toeneemt met een toename van de rijkdom. Het draaipunt ligt tussen de US $ 10.000 en US $ 20.000 per hoofd. Verder is er goed bewijs dat we gelukkig kunnen leven met minder consumptie. Dertig jaar geleden leefden de Amerikanen en de Britten ongeveer even gelukkig met de helft aan welvaart en vandaag de dag leven de Mexicanen even gelukkig als de Amerikanen en Britten met de helft aan welvaart. Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw zijn de mensen in het Westen nauwelijks gelukkiger geworden. Hoe kan het dat wij ondanks een aanzienlijke welvaartsgroei toch niet gelukkiger zijn geworden?

Een onderzoek (‘World Values Survey’) van John Helliwell (2003) van de University of British Columbia waaraan 90.000 proefpersonen uit 46 landen deelnamen, kan duidelijk maken waarom wij niet gelukkiger zijn geworden. Sinds 1981 zijn er vier onderzoeken uitgevoerd. In dit onderzoek rapporteerden de proefpersonen eerst hun geluk op een schaal van 10 tot 100 en ze rapporteerden ook verschillende kenmerken van hun leven. Hieruit kwamen 7 kenmerken die het geluk van de proefpersonen kunnen verklaren, deze zijn: familie relaties, financiële situatie, werk, community en vrienden, gezondheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke waarden. Layard (2005) geeft aan dat de wetenschap en de technologische vooruitgang onze welvaart, kwaliteit van werk en gezondheid aanzienlijk vergroot hebben. Echter onze familierelaties, de verbondenheid en veiligheid van gemeenschappen en egoïstische waarden zijn achter uitgegaan. Ons geluk hangt boven alles af van de kwaliteit van onze relaties met andere mensen.

Verder is een belangrijke reden waarom we niet gelukkiger zijn geworden, ondanks de aanzienlijke welvaartsgroei, het principe van habituatie. Mensen zijn erg goed in het aanpassen aan omstandigheden. Habituatie is erg belangrijk als het gaat om de aanpassing aan slechte omstandigheden. Zo kunnen we ons op den duur weer gelukkig gaan voelen als we bijvoorbeeld ons been kwijt raken. Echter het mes snijdt aan twee kanten. We passen ons ook redelijk snel aan, aan onze positieve levensomstandigheden, zoals een groot huis, een dure auto of een verre vliegreis. We moeten hier steeds meer van hebben om even gelukkig te blijven. Er zijn echter ook zaken waar we nooit helemaal aan wennen, zoals seks, vrienden, getrouwd zijn, kwaliteit en zekerheid van werk (Layard, 2005). Om gelukkig te zijn kan het van belang zijn dat mensen zich op die gedragingen richten die blijvend gelukkig maken.

Sociale vergelijking is ook debet aan het verminderen van onze algehele geluksniveau. Onze tevredenheid met ons inkomen wordt voor een groot deel bepaald door de vergelijking met andere mensen. De onderzoekers Solnick en Hemenway (1998) vroegen aan mensen of ze liever 50.000 dollar wilden verdienen als iedereen verder gemiddeld 25.000 dollar verdient of dat ze liever 100.000 dollar wilden verdienen en andere mensen gemiddeld 250.000 verdienen. De meerderheid koos voor de eerste, degene waarin ze absoluut dus de helft minder verdienen, maar ten op zichten van andere het dubbele. Dit onderzoek beschrijft het verschijnsel van ‘Keeping up with the Joneses’. Bijvoorbeeld, mensen kijken wat hun buren voor auto voor de deur hebben staan en willen dan een grotere auto dan hun buren. Ze hebben niet werkelijk de behoefte aan deze auto, maar willen gewoon niet onder doen. Dit mechanisme zorgt voor het teniet doen van het geluksgevoel van meer inkomen in het Westen. Om deze materie te kunnen bekostigen, moet er echter wel meer gewerkt worden, maar men wordt alleen maar ongelukkiger van dit vele werken. Dezelfde tijd kan namelijk niet geïnvesteerd worden in de kwaliteit van onze relaties.

Ratrace maakt ongelukkig

Habituatie en het sociaal vergelijken (de ratrace) hebben er onder andere voor gezorgd dat we niet gelukkiger zijn geworden ondanks onze flinke toename in welvaart. In deze postmodernistische tijd wordt er een eenzijdige nadruk op materie en het ik gelegd (Van Egmond, 2010). Hierdoor blijven we ons bovenmatig richten op het vergaren van materiële goederen en daardoor houden we er een hoog consumptieniveau op na. Voor dit consumptieniveau moeten we hard werken, waardoor we geen tijd meer over houden voor onze familierelaties, gaat de verbondenheid en veiligheid van gemeenschappen achteruit, nemen onze egoïstische waarden toe en leggen we een grote druk op de aarde. Als wij ons meer bewust worden van de mechanismen van habituatie en sociaal vergelijken, dan zouden we kunnen inzien dat wanneer we ons minder richten op materiële zaken en meer op de kwaliteit van onze relaties, we ons gelukkiger zouden voelen. Dit zou ook tot gevolg hebben dat ons materiële consumptieniveau zou dalen en hierdoor zou onze samenleving duurzamer worden. Wat kunnen we met voorgaande?

Wat maakt jou gelukkig?

Het lijkt erop dat mensen niet helemaal door hebben wat hen gelukkig maakt. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat mensen niet goed weten wat hun gelukkig maakt, bijvoorbeeld inkomen boven een bepaald niveau en uiterlijk maken ons vrijwel niet gelukkiger. Mensen denken echter wel dat ze hiervan gelukkiger worden (Lyubomirsky, 2007). Geluksstudies zouden kunnen helpen om mensen hierover te informeren. Een gevaar is dat mensen wordt opgedrongen wat hun gelukkig maakt en dat ze hun gevoel van autonomie kwijtraken. Een gepaste afstand is dan ook belangrijk. Deelname aan gelukseducatie zou dan ook vrijwillig moeten zijn. Verder zou de vraag wat een mens gelukkig maakt open moeten staan voor een constant publiek debat. Immers elke tijd legt zijn eigen accenten op de vraag wat een mens gelukkig maakt. Echter het debat zou wel openlijk moeten worden gevoerd en niet overgelaten moeten worden aan partijen, zoals de reclamewereld, die er een dubbele agenda op na houdt. Ook is maar een gedeelte van het menselijk geluk universeel. Het gedeelte van het geluk dat tussen mensen verschilt, mag zeker niet beknot worden.

Hoe zou gelukseducatie er uit kunnen zien? Het is van belang om in te zien hoe groot je invloed op jouw geluk werkelijk is. Uit onderzoeken (Lyubomirsky, 2007) naar één- en twee-eiige tweelingen kan geconcludeerd worden dat we met een bepaalde aanleg voor geluk worden geboren, die we van onze biologische ouders hebben geërfd. Uit deze onderzoeken blijkt dat 50% van ons geluk vastligt in onze genen. De ontdekking die het meest indruist tegen onze intuïtie is misschien het gegeven dat slechts 10% van de variatie in geluksniveau verklaard kan worden uit verschillen in leefomstandigheden: het doet er niet zo veel toe of we rijk of arm zijn, gezond of ongezond, mooi of lelijk, getrouwd of vrijgezel, enzovoort. De overige 40% is het meest interessant, aangezien we daar het meeste invloed op hebben. Het blijkt dat ons bewuste gedrag 40% van ons geluk bepaalt. Belangrijk is wel om in te zien dat deze verhouding ‘van oorzaken van geluk’ alleen geld voor mensen in ontwikkelde landen. Welke bewuste gedragingen kunnen ons geluk werkelijk verhogen?

Volgens Lyubomirsky (2007) bestaat er niet één magische strategie die ons allen gelukkig maakt. We hebben allemaal onze eigen behoeften, interesses, waarden, mogelijkheden en neigingen, waardoor sommige wel en andere niet geschikt voor ons zijn. Uit onderzoek blijkt (Lyubomirsky, 2007) dat onder andere de volgende 12 activiteiten mensen blijvend gelukkig kunnen maken: dankbaarheid tonen, optimisme cultiveren, niet tobben of sociaal vergelijken, vriendelijk zijn, sociale relaties koesteren, copingstrategieën ontwikkelen, leren vergeven, flow-ervaringen versterken, geniet van het leven, engagement voor je doelen, praktiseren van geloof en spiritualiteit, en zorgen voor je lichaam.

Meer geluk kan leiden tot meer duurzame samenleving

We kunnen concluderen dat wanneer geluksstudies serieus genomen zouden worden, dat we ons gedrag dan minder zouden richten op het vergaren van materie, aangezien leefomstandigheden maar een kleine invloed hebben op het algehele geluk van de mens. Het gevolg zou zijn dat de hoogte van onze materiële consumptieniveau afneemt, wat er toe leidt dat ons gedrag duurzamer wordt. Kiezen voor geluk en het publieke debat hierover aangaan, kan een goede bijdrage zijn aan een duurzamere toekomst!

Bron: Corporate Compassion via Earth-Matters.nl

woensdag 9 mei 2012

Occupy en ongelijkheid: opgebrand als thema?

Occupy Wall Street (OWS) is erin geslaagd de focus van het economische debat in Amerika te doen verschuiven van begrotingstekorten naar inkomensongelijkheid, de hebzucht van het kapitalisme en de concentratie van rijkdom bij het rijkste procent van de bevolking. 

DeWereldMorgen.be -
Foto: BeautyFilledRevolution
 
De Occupy-beweging heeft nog andere overwinningen op haar naam staan: dankzij Occupy Wall Street werd bijvoorbeeld het belastingplan van gouverneur Andrew Cuomo van de staat New York gewijzigd, en kregen activisten en vakbonden een oppepper.

De hernieuwde aandacht voor klassentegenstellingen in de dagelijkse conversaties is en blijft echter de kroon op haar werk. De vraag was of de grote mediabedrijven, op het ogenblik dat Occupy door de winter afgeremd werd, en ze dus niet meer door een levendige protestbeweging met de neus op de feiten gedrukt werden, zouden blijven praten over de groeiende ongelijkheid in onze maatschappij. Het antwoord op de vraag was, zoals te verwachten viel, ontkennend.

Lees verder op: DeWereldMorgen.be

vrijdag 6 januari 2012

De onsterfelijke elite

Kapitaal trekt kapitaal aan. Maar er is de dood,die er voor zorgt dat zelfs de grootste rijkaard zijn kapitaal moet opgeven. Maar wat als multimiljardairs niet meer sterven?

Ongelijkheid steeds groter

In deze wereld is er veel ongelijkheid. De rijkste vijf procent van de wereldbevolking bezit naar schatting ongeveer zestig procent van de totale waarde op aarde. Deze ongelijkheid heeft ook de neiging te groeien, want rijken kunnen een groter deel van hun geld sparen dan armen.

Lees verder op: Visionair.nl

maandag 19 december 2011

De erfenis van de Aarde



Alles wat zich bevindt, heeft bevonden, en zich ooit nog zal bevinden op onze planeet is opgebouwd uit elementen die vanaf het begin op deze planeet aanwezig waren.

Alle ondergrondse rijkdommen (ertsen, mineralen en dergelijke) zijn een gevolg van de evolutie van de planeet en horen dus aan de planeet toe.
Ook de mens is het gevolg van deze evolutie en maakt dus deel uit van de planeet.

Waaruit volgt dat alle ondergrondse rijkdommen toebehoren aan alle mensen, en niet aan diegene die toevallig een voorraadje onder zijn achtertuintje ontdekt.

Iedere wereldbewoner zou een behoorlijk bestaan kunnen opbouwen zonder dat anderen zwaar moeten gaan inleveren, behalve dan wel diegenen die menen dat de ondergrondse rijkdommen hun persoonlijk bezit zijn.

Met dank aan Gunteman, die dit stuk schreef

Bron: Mysterie-wetenschapsforum.nl

dinsdag 29 november 2011

Stop de verdomming van Nederland

In Nederland wordt rond de twee procent van alles wat we verdienen besteed aan wetenschappelijk onderzoek. Dit moet minimaal verdubbeld. Dan maar bezuinigen op enkele hierna te noemen volkomen zinloze activiteiten. Het overeind houden van de parasitaire bankensector bijvoorbeeld.

Nederland scoort maar matigjes in internationale statistieken qua wetenschappelijk onderzoek. Dat vertaalt zich in een miezerige economische groei.
Nederland scoort maar matigjes in internationale statistieken qua wetenschappelijk onderzoek. Dat vertaalt zich in een miezerige economische groei.

Geschiedenis bewijst: wetenschap is de enige effectieve bron voor een beter leven

Anno 2011 leven er meer mensen op aarde met een hogere welvaart dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid. Een haast onwerkelijke prestatie. Er is maar één reden waarom we het zo goed doen vergeleken met onze voorgangers. Die is onze toegenomen kennis van wetenschap en techniek. In de vroege middeleeuwen had nog niemand van aardolie gehoord, behalve dat het een nuttig goedje was om lampen mee te vullen en kieren mee te dichten. Mensen stierven als vliegen aan nu makkelijk te behandelen ziekten als de pest en cholera en hongersnoden waren meer de regel dan de uitzondering.

Lees verder op: Xandernieuws.nl