Posts tonen met het label duurzame ontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label duurzame ontwikkeling. Alle posts tonen

zondag 2 december 2012

Middeleeuwse Spaanse spookstad wordt zelfvoorzienend ecodorp



We brengen een bezoek aan Lakabe, een klein middeleeuws dorp dat werd verlaten vanwege de verstedelijking, maar vanaf de jaren tachtig weer wordt bewoond en sindsdien een bloeiend dorp is.

De bewoners produceren hun vlees zelf en verbouwen ook hun eigen groenten. Ze hebben bovendien een zelfvoorzienend energiesysteem.

Het is geen utopie. De ontwikkeling van Lakabe was echter niet zonder uitdagingen. Er zijn geen toegangswegen naar het dorp (bewuste keuze) en men wilde toch een manier verzinnen om vlees toe te voegen aan het dieet. Bovendien moesten de bewoners weer leren omgaan met de natuur.

Dergelijke experimenten laten zien dat duurzame plattelandsontwikkeling mogelijk is. Terwijl de economische crisis voortraast zijn het niet alleen de jonge Grieken die de steden verruilen voor een meer verbonden en productief leven op het platteland.



Bron: Faircompanies.com via Niburu.nl

zaterdag 17 november 2012

Zon geeft Kameroens dorp ook 's nachts licht

(IPS) In een klein boerendorp in Kameroen hebben ze tegenwoordig een volwaardig elektriciteitsnet. Het draait niet op dieselgeneratoren maar op zonneschijn. Zonder buitenlandse hulp is dat evenwel niet mogelijk.

Sabongari is een klein boerendorp in de Noordwest-regio van Kameroen. Er wonen tweeduizend mensen. De hoofdstad is 700 kilometer ver weg.

Toch hebben ze hier een elektriciteitsnet, een ongewoon gezicht op het Kameroense platteland. Een kleine centrale van zonnepanelen voorziet dertig huizen, drie kleine winkels en een hotelletje van stroom.

"Mijn kinderen kunnen nu lezen met behoorlijk licht", zegt onderwijzer Ndzi Samuel. "En ik kan mijn mobiele telefoon zonder problemen gebruiken, al is het bereik niet echt goed."

Telefoon opladen

Voor de komst van de zonnepanelen in 2011 hing het dorp af van drie stroomgeneratoren die eigendom waren van bedrijven. Je mobiele telefoon kon je er nog mee opladen, maar voor het overige waren de generatoren onbetrouwbaar en had je vaak kortsluiting.

"Ik raakte drie telefoons kwijt door stroomschommelingen van een generator", zegt een dorpeling. "Met de zonnepanelen kan ik makkelijk mijn telefoon opladen en verbonden blijven."

Het Centraal-Afrikaanse land heeft het op een na grootste waterkrachtpotentieel van Afrika ten zuiden van de Sahara. Maar slechts 30 procent daarvan wordt gebruikt, zegt het Renewable Energy and Energy Efficiency Partnership (REEEP). En op het platteland heeft men zelden stroom.

Zonnigste continent

Volgens de Wereldbank wonen acht miljoen van de twintig miljoen Kameroeners op het platteland en heeft slechts 14 procent daarvan elektriciteit. In stedelijke gebieden is dat 65 tot 88 procent.

De regering moedigt het gebruik van zonnepanelen aan. Een wet uit 2011 bepaalt dat wie zonnepanelen invoert, daar geen btw over hoeft te betalen.

"Zonne-energie biedt Afrika mooie kansen", zegt ingenieur Asanji Nelson van het ministerie van Energie. "Door zijn ligging aan de evenaar is Afrika het zonnigste continent ter wereld."

Onbetaalbaar voor platteland

Maar zonnepanelen blijven onbetaalbaar voor de arme plattelandsbevolking die van de landbouw leeft. En "bedrijven in Kameroen zijn niet geïnteresseerd in de arme plattelandsbevolking omdat de dorpelingen de kosten niet kunnen dragen", zegt Asanji.

"Plattelandsgemeenschappen hebben onze producten nodig", zegt Haman Sani, commercieel directeur van Energie Cameroun. "Maar de kosten in de hele keten zijn hoog. Import, taksen, transport en installatie zijn kosten die de uiteindelijke waarde van onze producten bepalen. Om die kosten te dekken en winst te kunnen maken doen we meestal zaken met bedrijven, en met missionarissen die het kunnen betalen voor gemeenschapsziekenhuizen en scholen."

Steun uit Canada

Renewable Energy Innovators (REI) kon de zonnepanelen in Sabongari en tien andere dorpen installeren dankzij internationale financiering. Wireless Light & Powers, een Canadese organisatie die het leven van plattelandsgemeenschappen wil verbeteren, levert materiaal en financiële middelen, REI importeert de panelen en installeert ze in de dorpen, zegt Numfor Jude, voorzitter en medeoprichter van REI. "We gaan naar afgelegen gemeenschappen en introduceren daar zonne-energie voor bijna niets."

In Sabongari droegen de dorpelingen bij in de installatiekosten. Elk huishouden legde 20 euro op tafel, de bedrijfjes 80. "Elke maand betaalt iedereen 1 dollar (0,78 euro) voor het onderhoud."

"Het is als gered worden uit het eeuwige duister", zegt een dorpeling.

Bron: MO.be

donderdag 1 november 2012

Een duurzame wereld heeft wetenschapsactivisten nodig



(Pim Martens) De boodschap van wetenschappelijk onderzoek dringt niet altijd buiten de academische muren door. Tijd dat wetenschappers wetenschapsactivist worden, betoogt prof. dr. Pim Martens, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling aan de Universiteit Maastricht.

Bijna elke wetenschapper kent het fenomeen: je bent een groot deel van je leven bezig met onderzoek naar een specifiek onderwerp, maar buiten de academische muren dringt je boodschap niet door. Dat geldt voor de meer fundamentele wetenschappen, maar ook voor onderzoek naar complexe vraagstukken zoals duurzame ontwikkeling, klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit.

Natuurlijk, veel wetenschappers hebben het aan zichzelf te wijten. Ze zijn zo geobsedeerd door hun eigen wetenschappelijke vierkante centimeter dat ze onvoldoende aandacht hebben voor het naar buiten brengen van hun onderzoeksresultaten. Opgejaagd door een pervers publicatie-systeem dat alleen waarde toekent aan artikelen in wetenschappelijke tijdschriften, laten zij de buitenwereld achter met verhandelingen die bestemd zijn voor vakgenoten. Niet erg zinvol in een publiek debat.

Maar toch. Is het niet grappig dat een samenleving die veel geld uitgeeft aan universiteiten en onderzoekscentra, die het onderwijs en onderzoek dat daar plaatsvindt hooglijk waardeert, tegelijkertijd de resultaten van dat onderzoek als dat beter uitkomt negeert? Of afdoet als 'niet echt bruikbaar' of 'een beetje vaag'?

De wetenschap heeft daarop gereageerd met de introductie van nieuwe onderzoeksgebieden zoals duurzaamheidswetenschappen, gericht op samenwerkingsverbanden met belanghebbenden van buiten de academische wereld - het bedrijfsleven, de overheid, maatschappelijke organisaties. Het idee daarachter is dat we allemaal moeten samenwerken om duurzame ontwikkeling mogelijk te maken.

Dat is een stap in de goede richting. Maar zoals het goede wetenschappers betaamt, is ook de duurzaamheidswetenschap weer snel geformaliseerd en vliegen begrippen als post-normaal, mode-2 en triple helix vrolijk door de ruimte. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit prima. Maar hoe zit het met de verwezenlijking van een duurzame wereld? Hebben wetenschappers niet de plicht daar meer verantwoordelijkheid voor te nemen? Speciaal in een tijd waarin veel signalen in natuur en samenleving op rood staan? Moeten wij wetenschappers vooral debatteren over de regels waarbinnen duurzaamheidswetenschap uitgeoefend moet worden?

Het is hoog tijd dat meer wetenschappers wetenschapsactivist worden. Een wetenschapsactivist is iemand die systematisch kennis vergaart - het wetenschappelijke deel - om maatschappelijke veranderingen te bevorderen of tegen te gaan - het activistische deel. Wetenschapsactivisme kan veel vormen aannemen - van het schrijven van brieven naar kranten en politici tot het deelnemen aan demonstraties en het oproepen tot economische boycots. Een wetenschapsactivist is niet bang zich met legitieme middelen te verzetten tegen politieke besluitvorming als de wetenschap aantoont dat het nodig is.

Aan de andere kant moeten wetenschapsactivisten zich ervan bewust zijn dat activisme het gevaar vergroot dat hun wetenschappelijk onderzoek misbruikt wordt in het debat. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een onderzoeker onvrijwillig gebombardeerd wordt tot 'wetenschappelijke bron' van een stelling die voortvloeit uit een interpretatie van zijn onderzoek waar hij het zelf helemaal niet mee eens is.

Wetenschapsactivisme is dan ook geen beroep, zoals de wetenschap dat wel kan zijn. Wetenschapsactivisme is een houding, een houding waaraan dringend behoefte is als we vooruitgang willen boeken op weg naar een duurzame samenleving. En in dit tijdperk van sociale media met hun letterlijk grenzeloze mogelijkheden, is er geen goede reden om niet mee te doen.

Prof. dr. Pim Martens is onder andere hoogleraar Duurzame Ontwikkeling aan de Universiteit Maastricht en directeur van het International Centre for Integrated assessment and Sustainable development.

Bron: Changemagazine.nl via Earth-Matters.nl

zondag 7 oktober 2012

Bhutan wil volledige biologische natie worden

THIMPHU - Bhutan wil het eerste land ter wereld worden dat alleen nog maar biologisch voedsel en landbouwproducten produceren.



Dat heeft de minister van Landbouw van het Aziatische koninkrijkje zondag gezegd.

''Buthan heeft besloten om voor een groene economie te gaan met oog op de enorme druk die wij op onze planeet uitoefenen",' aldus minister Pema Gyamtsho.

Bhutan staat erom bekend dat het de ontwikkeling van het land niet meet in termen van het bruto nationaal product, maar van het bruto nationaal geluk.

Daarbij gaat het niet alleen om economische factoren, maar ook om duurzame ontwikkeling, geestelijk welzijn en culturele identiteit.

Lees verder op: NU.nl

woensdag 15 augustus 2012

Wereldwijd 5 miljard euro besteed aan Fairtrade producten



Wereldwijd hebben consumenten vorig jaar bijna 5 miljard euro besteed aan Fairtrade producten. Dit is een stijging van 12% t.o.v. 2010.

In Nederland steeg de retailwaarde van Fairtrade producten in 2011 met 24%. Engeland kende in dat jaar een groei van 12%. Recent bij Fairtrade aangesloten landen als Zuid-Afrika en Zuid-Korea lieten ook indrukwekkende verkoopcijfers zien.

De groei in verkoop van Fairtrade producten vond in alle belangrijke categorieën plaats: koffie met 12%, cacao met 14%, bananen 9%, suiker 9%, thee 8% en bloemen 11%.

In 2011 steeg het aantal Fairtrade gecertificeerde producentenorganisaties naar 991. Fairtrade producten komen inmiddels uit 66 landen inclusief nieuwkomers als Libanon en Oezbekistan. Fairtrade producentenorganisaties ontvingen in 2011, bovenop de prijs voor hun producten, een premie van in totaal €65 miljoen om te investeren in hun bedrijven, families en gemeenschappen.

Bron: Maxhavelaar.nl