Posts tonen met het label donkere materie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label donkere materie. Alle posts tonen
zaterdag 26 mei 2012
Toch wel donkere materie in omgeving zon
AMSTERDAM - Een maand geleden maakten astronomen van de universiteit van Chili en de Europese Zuidelijke Sterrenwacht bekend dat zich in de buurt van de zon geen noemenswaardige hoeveelheden donkere materie bevinden.
Een nieuwe analyse door wetenschappers van het Institute for Advanced Study in Princeton trekt deze conclusie echter in twijfel. Er zou zelf méér donkere materie in de zonsomgeving aanwezig zijn dan aanvankelijk werd gedacht.
Lees verder op: NU.nl
woensdag 15 februari 2012
'Lege' ruimte is gevuld met donkere materie
De 'lege' ruimte tussen de sterrenstelsels is niet echt leeg, maar is 'gevuld' met donkere materie. Die conclusie trekken Japanse onderzoekers op basis van waarnemingen van miljoenen sterrenstelsels, aangevuld met gedetailleerde computersimulaties.
Al lange tijd is duidelijk dat er ongeveer zes keer zoveel mysterieuze donkere materie in het heelal is als normale zichtbare materie. Hoe die donkere materie exact in de ruimte is verdeeld, is echter niet nauwkeurig bekend. In een artikel in The Astrophysical Journal tonen de Japanse onderzoekers nu aan dat de donkere materie niet in sterrenstelsels is geconcentreerd, maar ook de intergalactische ruimte vult. Terwijl de zichtbare materieverdeling in een sterrenstelsel (gas en sterren) een vrij duidelijke grens vertoont, blijken alle sterrenstelsels omringd te worden door uitgestrekte wolken en slierten van donkere materie, die tot aan naburige stelsels reiken.
De verdeling van de donkere materie kon in kaart gebracht worden via de techniek van de zwakke lenswerking: de beeldjes van ver verwijderde sterrenstelsels worden in zeer geringe mate vervormd door de zwaartekracht van (donkere) materie tussen de verre stelsels en de aarde, en door dat effect statistisch te onderzoeken aan miljoenen sterrenstelsels, is de ruimtelijke verdeling van de donkere materie af te leiden. (gs)
Bron: EOSmagazine.eu
Al lange tijd is duidelijk dat er ongeveer zes keer zoveel mysterieuze donkere materie in het heelal is als normale zichtbare materie. Hoe die donkere materie exact in de ruimte is verdeeld, is echter niet nauwkeurig bekend. In een artikel in The Astrophysical Journal tonen de Japanse onderzoekers nu aan dat de donkere materie niet in sterrenstelsels is geconcentreerd, maar ook de intergalactische ruimte vult. Terwijl de zichtbare materieverdeling in een sterrenstelsel (gas en sterren) een vrij duidelijke grens vertoont, blijken alle sterrenstelsels omringd te worden door uitgestrekte wolken en slierten van donkere materie, die tot aan naburige stelsels reiken.
De verdeling van de donkere materie kon in kaart gebracht worden via de techniek van de zwakke lenswerking: de beeldjes van ver verwijderde sterrenstelsels worden in zeer geringe mate vervormd door de zwaartekracht van (donkere) materie tussen de verre stelsels en de aarde, en door dat effect statistisch te onderzoeken aan miljoenen sterrenstelsels, is de ruimtelijke verdeling van de donkere materie af te leiden. (gs)
Bron: EOSmagazine.eu
dinsdag 10 januari 2012
Mysterieuze donkere materie in het heelal in kaart gebracht
Een internationaal team van astronomen is erin geslaagd de meest uitgebreide kaart ooit te maken van de mysterieuze donkere materie die 25 procent van de massa van de kosmos zou uitmaken. Dat is vandaag bekendgemaakt, op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Astronomical Society in de Texaanse stad Austin.
Tien miljoen sterrenstelsels
De astronomen zijn uitgegaan van de analyse van tien miljoen sterrenstelsels in vier verschillende gebieden van de kosmos. Het merendeel bevindt zich op zes miljard lichtjaar, dus ongeveer de helft van de leeftijd van het universum (die 13,7 miljard jaar zou zijn). Om de donkere materie te omschrijven, bestudeerden de wetenschappers de verstoring van het licht door de massa's donkere materie terwijl dit licht zijn lange reis maakt naar de Aarde.
(Redactie)
Bron: AD.nl
woensdag 9 november 2011
De big bang staat op springen
De laatste jaren zijn steeds meer sterrenkundigen ernstig gaan twijfelen aan de Oerknal, waaruit het heelal zou zijn ontstaan. Er klopt iets niet. Er klopt heel veel niet.
De enorme opwinding, anderhalve maand geleden, over neutrino’s die sneller zouden vliegen dan het licht, gaf aan dat er iets broeit in de wereld van de natuurkunde. Niks is meer zeker.
Steeds meer natuur- en sterrenkundigen spreken openlijk hun twijfels uit over ooit onwankelbaar geachte theorieën. Niet alleen die over elementaire deeltjes, ook het theoretisch fundament van de sterrenkunde, de theorie van de Big Bang, staat de laatste jaren ernstig ter discussie. En wel hierom:
We komen heel veel materie tekort
De kosmos wordt bij elkaar gehouden door de zwaartekracht. En zwaartekracht is het gevolg van de aanwezigheid van materie, van sterren. Maar er zijn véél te weinig sterren om de zwaartekracht die we zien, te kunnen verklaren. Sterrenkundigen komen enorm veel materie tekort. Dit probleem is gek genoeg al tachtig jaar oud. Begin jaren dertig van de vorige eeuw verrichtte de astronoom Fritz Zwicky metingen aan de Comacluster, een immense verzameling sterrenstelsels heel ver weg in de kosmos. Uit de hoeveelheid licht kon Zwicky afleiden hoeveel sterren er alles bij elkaar in die sterrenstelsels zaten, en zo kon hij schatten hoeveel de cluster woog. Hetzelfde kon hij afleiden uit de bewegingen van de buitenste stelsels van die cluster. Die twee getallen bleken totaal niet overeen te komen. Zwicky constateerde dat er in de cluster enorm veel onzichtbare, ‘donkere materie’ moest zitten. Zat die tussen die sterrenstelsels, ergens in de lege ruimte, of bínnen de stelsels, tussen de sterren?
In 1939 liet de Nederlander Jan Oort zien dat ze ín de stelsels moest zitten. Maar het werd oorlog - en het duurde nog eens dertig jaar voordat de kwestie echt op de astronomische agenda kwam te staan. Vera Rubin liet toen, aan de hand van de draaiing binnen de Andromedanevel (een sterrenstelsel dat heel dicht bij ons staat) opnieuw zien dat het probleem tússen de sterren school.
Maar wat wás die donkere materie? Inmiddels zijn tientallen verklaringen geopperd. Planeten? Planetoiden? Gas? Stof? Een of ander exotisch deeltje? Een voor een vielen de kandidaten, om allerlei redenen, af. Er is nog steeds geen oplossing. Astronomen kunnen natuurlijk de zwaartekrachttheorie aanpassen zodat alles weer ‘klopt’? Dan moeten Newton én Einstein overboord. Dat is de mening van Stacy McGaugh, die met zijn ‘aangepaste zwaartekracht’ de wereld rondreist - maar zeker niet overal met gejuich wordt ontvangen. Volgens McGaugh zit er niks anders op.
De zwaartekracht klopt ook al niet
Begin jaren zeventig lanceerde NASA twee ruimtevaartuigen die de buitenste planeten van het zonnestelsel moesten verkennen. Beide toestellen, de Pioneer 10 en 11, scheerden ons zonnestelsel uit en leverden prachtige plaatjes. Daarna vlogen ze verder, de ruimte in. Om ze toch nog enigszins nuttig te maken, besloot NASA dat de ruimtevaartuigen om de zoveel tijd nog een signaaltje naar de aarde zouden zenden, zodat astronomen konden zien waar ze zaten.
Inmiddels bezorgen die Pioneer-bliepjes astronomen ernstige hoofdpijn. De vaartuigen houden zich namelijk niet aan de theorie. Toen Pioneer 10 in 2003 weer een keer van zich liet horen, bleek dat het ruimtevaartuig 400 kilometer ‘uit de koers’ was. Dat is niet veel op een totale afstand van vele miljarden kilometers, maar toch: er klopt iets niet. Was er iets geks aan de hand aan boord? In de ruimte rondom de zon? Ook de donkere materie werd er bij gesleept. Allemaal tevergeefs. Veel astronomen blijven hopen dat de verklaring voor de afwijking heel simpel is. Maar ja, dat dachten ze ook tachtig jaar lang over de donkere materie. Is er toch iets mis met de zwaartekracht?
Lees verder op: Depers.nl
De enorme opwinding, anderhalve maand geleden, over neutrino’s die sneller zouden vliegen dan het licht, gaf aan dat er iets broeit in de wereld van de natuurkunde. Niks is meer zeker.
Steeds meer natuur- en sterrenkundigen spreken openlijk hun twijfels uit over ooit onwankelbaar geachte theorieën. Niet alleen die over elementaire deeltjes, ook het theoretisch fundament van de sterrenkunde, de theorie van de Big Bang, staat de laatste jaren ernstig ter discussie. En wel hierom:
We komen heel veel materie tekort
De kosmos wordt bij elkaar gehouden door de zwaartekracht. En zwaartekracht is het gevolg van de aanwezigheid van materie, van sterren. Maar er zijn véél te weinig sterren om de zwaartekracht die we zien, te kunnen verklaren. Sterrenkundigen komen enorm veel materie tekort. Dit probleem is gek genoeg al tachtig jaar oud. Begin jaren dertig van de vorige eeuw verrichtte de astronoom Fritz Zwicky metingen aan de Comacluster, een immense verzameling sterrenstelsels heel ver weg in de kosmos. Uit de hoeveelheid licht kon Zwicky afleiden hoeveel sterren er alles bij elkaar in die sterrenstelsels zaten, en zo kon hij schatten hoeveel de cluster woog. Hetzelfde kon hij afleiden uit de bewegingen van de buitenste stelsels van die cluster. Die twee getallen bleken totaal niet overeen te komen. Zwicky constateerde dat er in de cluster enorm veel onzichtbare, ‘donkere materie’ moest zitten. Zat die tussen die sterrenstelsels, ergens in de lege ruimte, of bínnen de stelsels, tussen de sterren?
In 1939 liet de Nederlander Jan Oort zien dat ze ín de stelsels moest zitten. Maar het werd oorlog - en het duurde nog eens dertig jaar voordat de kwestie echt op de astronomische agenda kwam te staan. Vera Rubin liet toen, aan de hand van de draaiing binnen de Andromedanevel (een sterrenstelsel dat heel dicht bij ons staat) opnieuw zien dat het probleem tússen de sterren school.
Maar wat wás die donkere materie? Inmiddels zijn tientallen verklaringen geopperd. Planeten? Planetoiden? Gas? Stof? Een of ander exotisch deeltje? Een voor een vielen de kandidaten, om allerlei redenen, af. Er is nog steeds geen oplossing. Astronomen kunnen natuurlijk de zwaartekrachttheorie aanpassen zodat alles weer ‘klopt’? Dan moeten Newton én Einstein overboord. Dat is de mening van Stacy McGaugh, die met zijn ‘aangepaste zwaartekracht’ de wereld rondreist - maar zeker niet overal met gejuich wordt ontvangen. Volgens McGaugh zit er niks anders op.
De zwaartekracht klopt ook al niet
Begin jaren zeventig lanceerde NASA twee ruimtevaartuigen die de buitenste planeten van het zonnestelsel moesten verkennen. Beide toestellen, de Pioneer 10 en 11, scheerden ons zonnestelsel uit en leverden prachtige plaatjes. Daarna vlogen ze verder, de ruimte in. Om ze toch nog enigszins nuttig te maken, besloot NASA dat de ruimtevaartuigen om de zoveel tijd nog een signaaltje naar de aarde zouden zenden, zodat astronomen konden zien waar ze zaten.
Inmiddels bezorgen die Pioneer-bliepjes astronomen ernstige hoofdpijn. De vaartuigen houden zich namelijk niet aan de theorie. Toen Pioneer 10 in 2003 weer een keer van zich liet horen, bleek dat het ruimtevaartuig 400 kilometer ‘uit de koers’ was. Dat is niet veel op een totale afstand van vele miljarden kilometers, maar toch: er klopt iets niet. Was er iets geks aan de hand aan boord? In de ruimte rondom de zon? Ook de donkere materie werd er bij gesleept. Allemaal tevergeefs. Veel astronomen blijven hopen dat de verklaring voor de afwijking heel simpel is. Maar ja, dat dachten ze ook tachtig jaar lang over de donkere materie. Is er toch iets mis met de zwaartekracht?
Lees verder op: Depers.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)
